Schadeposten
Wat betekent de Rotterdamse Schaal voor jouw smartengeld?
Onderdeel van het stappenplan
Fase 3: Schade berekenen
Tot voor kort voelde smartengeld voor veel slachtoffers als nattevingerwerk. Voor hetzelfde letsel konden rechters heel verschillende bedragen toewijzen. De Rotterdamse Schaal brengt daar verandering in. Het is geen rekenmachine die altijd hetzelfde bedrag oplevert, maar een routekaart: de schaal geeft richting, terwijl er ruimte blijft voor jouw persoonlijke situatie.
Hoe werkt de Rotterdamse Schaal
De schaal is gemaakt door onderzoekers van de Erasmus Universiteit, op verzoek van de Raad voor de rechtspraak, en verdeelt smartengeld in drie delen:
- Deel A: lichamelijk letsel. Denk aan botbreuken, hersenletsel of blijvende littekens.
- Deel B: psychisch letsel. Een door een arts vastgesteld ziektebeeld, zoals PTSS (een posttraumatische stressstoornis), een angststoornis of een depressie.
- Deel C: smartengeld zonder letsel. Situaties waarin iemand ernstig is aangetast in zijn persoon, bijvoorbeeld door belaging of een ernstige bedreiging.
Per soort letsel geeft de schaal een laagste en een hoogste bedrag. Waar jouw situatie daartussen uitkomt, hangt af van factoren zoals de ernst van het letsel en de gevolgen voor jouw werk, hobby's en gezinsleven. Ook de duur telt mee: herstel je binnen zes maanden, duurt het herstel tot twee jaar, of is het letsel blijvend? Dat verschil kan bepalen in welke groep jouw letsel valt en welk bedrag daarbij hoort.
Welke spelregels hanteren rechters
Rechters gebruiken de schaal sinds 1 januari 2026 als leidraad, samen met een aantal aanbevelingen. Die aanbevelingen zijn geen wet: een rechter mag ervan afwijken, maar moet dan wel uitleggen waarom. Drie spelregels zijn goed om te kennen:
De bedragen zijn geen harde grens. De schaal is het uitgangspunt, maar in bijzondere situaties mag een rechter er met een goede uitleg boven of onder gaan zitten.
Jonge slachtoffers kunnen meer krijgen. Bij blijvend lichamelijk of psychisch letsel geldt voor kinderen tot en met 14 jaar een verhoging van 25% en voor jongeren van 15 tot en met 29 jaar een verhoging van 15%. De gedachte: hoe jonger je bent, hoe langer je met de gevolgen leeft.
Opzet of grove schuld kan het bedrag verhogen. Heeft de veroorzaker het letsel expres of door zeer ernstig verwijtbaar gedrag toegebracht, dan kan het smartengeld met 10% tot 25% worden verhoogd.
Meerdere soorten letsel tegelijk
Heb je niet één letsel maar meerdere, bijvoorbeeld een gebroken been én psychische klachten? Dan worden de bedragen niet zomaar bij elkaar opgeteld. De aanbeveling werkt zo: het zwaarste letsel telt volledig mee, het op één na zwaarste letsel voor de helft. Overige letsels krijgen geen eigen bedrag, maar kunnen er wel voor zorgen dat je binnen de bandbreedte hoger uitkomt. Zo wordt voorkomen dat klachten die elkaar overlappen dubbel worden geteld, terwijl er ruimte blijft als het geheel juist zwaarder weegt dan de losse delen.
Wat heb jij eraan
De schaal geeft jou als slachtoffer meer houvast, op drie manieren.
Je kunt een voorstel beter beoordelen. Omdat de schaal per soort letsel een laagste en hoogste bedrag geeft, kun je sneller inschatten of een voorgesteld bedrag realistisch is.
Je kunt gerichtere vragen stellen. Bijvoorbeeld: "In welke groep van de schaal is mijn letsel ingedeeld?" Of: "Is rekening gehouden met mijn leeftijd en met de gevolgen voor mijn gezinsleven?"
Jouw verhaal telt mee. Twee mensen met hetzelfde letsel kunnen een ander bedrag ontvangen. Jouw persoonlijke omstandigheden maken echt verschil.
Samengevat
De Rotterdamse Schaal maakt smartengeld minder willekeurig en beter te volgen. De schaal wordt bovendien bijgehouden: de bedragen worden periodiek aangepast aan de rechtspraak en de geldontwaarding. Maar schaal of niet: jouw leven blijft altijd het uitgangspunt. Vraag gerust aan de verzekeraar hoe jouw situatie binnen de schaal past. Lees voor de basisuitleg ook het artikel Hoe wordt smartengeld bepaald?
